Wat zeggen de peilingen
De cijfers achter "de zwijgende meerderheid".
Je staat niet alleen.
Bij medische behandelingen voor minderjarigen en bij vrouwensport denkt een meerderheid van de Nederlanders dat voorzichtigheid of terughoudendheid nodig is. Tegelijk is de acceptatie van transpersonen als collega, buur of familielid in Nederland hoog. Wie twijfelt aan het beleid, hoeft dus geen tegenstander van mensen te zijn. Die combinatie is juist heel gewoon.
Wat speelt er
Wie alleen het debat in de media volgt, krijgt snel de indruk dat er maar twee kampen zijn. De peilingen laten een genuanceerder beeld zien. Nederlanders accepteren transpersonen in grote meerderheid, maar zijn op een paar concrete beleidsvragen kritischer dan het beleid zelf.
Hieronder staan alleen cijfers uit peilingen die openbaar en na te lezen zijn, met de bron erbij.
Medische zorg voor minderjarigen
Peil.nl van Maurice de Hond vroeg eind juli en begin augustus 2026 4.179 Nederlanders naar genderzorg voor minderjarigen. 65% vond dat Nederland, net als Engeland, Zweden en Finland, terughoudender moet worden met deze behandelingen; 17% vond van niet. Maar 19% dacht dat artsen betrouwbaar kunnen voorspellen of de wens van een kind blijvend is; 30% dacht van niet en 23% zei "soms". Als eerste stap koos 75% voor een psychologische behandeling die verkent welke problemen de jongere ervaart, 5% voor puberteitsremmers (Peil.nl). Meer hierover in dit artikel over de peiling.
Een anders gestelde vraag geeft een ander beeld. In de Ipsos Pride-peiling van 2026 was 60% van de Nederlanders het eens met de stelling dat transgender tieners met toestemming van hun ouders genderbevestigende zorg moeten kunnen krijgen, zoals begeleiding en hormonen; 31% was het oneens. In 2023 was 65% het eens (Ipsos).
Sport
In dezelfde Ipsos-peiling steunde 23% van de Nederlanders dat transgender sporters meedoen op basis van het gender waarmee zij zich identificeren in plaats van hun geboortegeslacht; 49% was ertegen. In 2021 was de steun nog 37%. Gemiddeld over 23 landen steunde 22% dit en was 48% ertegen.
Toiletten en andere gescheiden ruimtes
Op de stelling dat transpersonen gebruik moeten kunnen maken van gescheiden voorzieningen, zoals openbare toiletten, die passen bij het gender waarmee zij zich identificeren, antwoordde in 2026 56% van de Nederlanders "eens" en 33% "oneens". In 2023 was 65% het eens (Ipsos). Over kleedkamers en douches vroeg Ipsos niet apart.
Acceptatie en gelijke rechten
In de Eurobarometer over discriminatie (april en mei 2023) zei 95% van de Nederlanders zich op het werk comfortabel te voelen met een collega die transgender of intersekse is; het EU-gemiddelde was 69%. 91% vond dat transpersonen dezelfde rechten moeten hebben als ieder ander (EU 64%). 75% zou zich comfortabel voelen als hun kind een relatie had met een transgender of intersekse persoon (EU 48%) (Eurobarometer 535).
De Lhbtiqa+-monitor 2024, gemaakt door Panteia en Movisie in opdracht van het ministerie van OCW, vond dat 66% van de Nederlanders een positieve houding heeft tegenover transpersonen, 23% een neutrale en 11% een negatieve. Die cijfers zijn in september 2026 gecorrigeerd; eerder was een hoger aandeel positief gemeld (Rijksoverheid).
Geslacht wijzigen in documenten
In Nederland kun je vanaf 16 jaar je geslachtsregistratie laten wijzigen, met een verklaring van een deskundige. Een wetsvoorstel om die verklaring te schrappen is in 2025 ingetrokken. In de Eurobarometer van 2023 vond 84% van de Nederlanders dat transpersonen hun officiële documenten moeten kunnen laten aanpassen aan hun genderidentiteit (EU 62%). Over een derde optie naast man en vrouw in het paspoort zijn Nederlanders verdeeld: in de Ipsos-peiling van 2026 was 46% voor en 43% tegen.
Wat de cijfers samen laten zien
Het patroon is helder. Respect voor transpersonen als collega, buur of familielid is in Nederland breed gedragen, en hoger dan in de meeste andere EU-landen. Maar bij onomkeerbare behandelingen voor kinderen en bij eerlijke competitie in de vrouwensport wil een meerderheid voorzichtigheid. De steun voor openstelling van de vrouwensport en voor genderbevestigende zorg aan tieners is sinds 2021 en 2023 gedaald.
Het gat tussen "respect voor mensen" en "instemming met elk beleid" is een normaal democratisch gat. Het wordt pas pijnlijk als wordt gedaan alsof dat gat niet bestaat.
Wat doe je met deze cijfers
In een gesprek over genderzorg voor kinderen:
"In een peiling van Peil.nl uit 2026 vond twee derde van de Nederlanders dat we terughoudender moeten worden, zoals Engeland, Zweden en Finland. Ik sta daar dus niet alleen in."
Over vrouwensport:
"Volgens Ipsos steunt maar 23% van de Nederlanders dat transvrouwen in de vrouwencategorie meedoen. Ik vind het redelijk om daarover te praten."
Op een verjaardag, als iemand suggereert dat jij extreem bent:
"Ik heb niets tegen transpersonen, net als de meeste Nederlanders. Maar ik vind wel dat je voorzichtig moet zijn met medische stappen bij kinderen. Dat vindt een meerderheid ook."
Verwante peilingen op deze site
Veelgestelde vragen
Het zijn peilingen van bekende partijen (Peil.nl, Ipsos, de Europese Commissie en Panteia/Movisie) waarvan de vragen en uitkomsten openbaar zijn. De uitkomst hangt wel sterk af van hoe een vraag is gesteld. Daarom staan hier steeds de vraag en de bron erbij.
Media-aandacht volgt vooral incidenten en spraakmakende stemmen, minder de cijfers over wat een rustige meerderheid vindt. Daarom is het nuttig deze cijfers naast het mediabeeld te leggen.
Nee, een democratie weegt belangen en beschermt minderheden. Maar het beleid hoort wél met de meerderheid in gesprek te zijn, niet alleen met de luidste minderheid.
Bronnen
- Peil.nl (Maurice de Hond), Genderzorg voor minderjarigen: een opinieonderzoek, 11 augustus 2026.
- Ipsos, LGBT+ Pride Report 2026 (26 landen, 24 april tot 8 mei 2026).
- Europese Commissie, Special Eurobarometer 535, Discrimination in the EU (april en mei 2023).
- Panteia en Movisie, Lhbtiqa+-monitor 2024, met rectificatie van september 2026.
Laatst herzien: oktober 2026 — Redactie Genderongemak