Ipsos internationale peilingen

Nederland is niet alleen in zijn twijfel over de vrouwensport.

Ipsos stelt elk jaar in zo'n 26 landen dezelfde vragen over lhbt-onderwerpen. Op vrouwensport is ook in Nederland maar een kleine minderheid voor openstelling van de vrouwencategorie. Op andere vragen is Nederland ruimhartiger, maar de instemming daalt.

Hoofdresultaten 2026

  • Transgender sporters laten meedoen op basis van hun genderidentiteit in plaats van hun geboortegeslacht: Nederland 23% voor, 49% tegen. Gemiddeld over 23 landen 22% voor, 48% tegen; Verenigde Staten 21% voor, 55% tegen. In 2021 steunde nog 37% van de Nederlanders dit.
  • Met toestemming van de ouders genderbevestigende zorg, zoals begeleiding en hormonen, voor transgender tieners: Nederland 60% eens, 31% oneens (2023: 65% eens). Gemiddeld over 26 landen 50% eens; Verenigde Staten 40%.
  • Transpersonen mogen gescheiden voorzieningen, zoals openbare toiletten, gebruiken die passen bij hun genderidentiteit: Nederland 56% eens, 33% oneens (2023: 65% eens). Gemiddeld over 26 landen 47% eens.
  • Een andere optie dan "man" en "vrouw" in paspoorten: Nederland 46% eens, 43% oneens (2023: 52% eens). Gemiddeld over 26 landen 46% eens.

Wat het laat zien

Bij vrouwensport is het beeld in Nederland en daarbuiten duidelijk: maar een kleine minderheid steunt openstelling van de vrouwencategorie, en die steun daalt al jaren. Op de andere vragen is Nederland ruimhartiger dan het gemiddelde van de 26 landen, maar ook daar loopt de instemming sinds 2023 terug.

Wie twijfels heeft over de vrouwencategorie in de sport, staat dus allerminst alleen. Wie twijfelt over andere onderwerpen, hoort bij een groep die kleiner is, maar groeit.

Laatst herzien: oktober 2026 — Redactie Genderongemak