Leerkrachten aan het woord

Van basisschool tot middelbaar onderwijs — wat er in de leraarskamer gefluisterd wordt.

De grootste groep zwijgers in het Nederlandse genderdebat zijn leerkrachten. Zij krijgen materiaal van directie of bestuur dat zij vaak liever niet zouden gebruiken, en geven het toch — uit conflictvermijding. Hieronder hun verhalen, anoniem.

"Ik geef de gender-module aan groep 6. In de leraarskamer hebben we het er nooit over, maar als ik vraag wie het zelf goed vindt, blijft het stil. Vier van de zeven collega's zeggen achteraf: 'Ik vind het te vroeg, maar wat moet ik?'"

— Leerkracht primair onderwijs

"Een leerling van vijftien wilde dat ik haar 'hij' noemde in de klas. Geen oudergesprek, geen melding bij ouders. Ik heb het toch met haar ouders besproken. De rector vond dat ik haar 'kwetste'. Ouders waren mij dankbaar."

— Docent middelbaar onderwijs

"De gastspreker van COC kwam met materiaal dat ik niet vooraf had gezien. Vragen waren niet welkom. Ik heb er na afloop een mailtje over gestuurd aan de directie. Geen reactie. Bij de volgende keer ben ik er niet meer ziek voor."

— Leerkracht primair onderwijs

"Een team-overleg over inclusie. Iedereen knikte. In de gang daarna kwamen er drie collega's naar me toe: 'Eindelijk iemand die het hardop zegt.' Het was twee zinnen geweest. Niet meer."

— Docent middelbaar onderwijs

Laatst herzien: mei 2026 — Redactie Genderongemak