Fins onderzoek: non-binaire studenten functioneerden slechter tijdens corona
In mei 2021, toen de coronamaatregelen in Finland al anderhalf jaar hun sporen trokken, vulden bijna tweeduizend studenten en medewerkers van een Finse universiteit een online vragenlijst in over hoe zij functioneerden en hoe zij de impact van de pandemie op dat functioneren zelf inschatten. De onderzoekers verdeelden de deelnemers in twee groepen: mensen met een binaire genderidentiteit (man of vrouw) en mensen die zichzelf als non-binair omschreven. Het resultaat, oorspronkelijk als preprint verschenen in 2022 en begin 2026 opnieuw gepubliceerd op medRxiv, is ondubbelzinnig: de non-binaire groep functioneerde merkbaar slechter, zowel op het moment van de meting als in de eigen terugblik op wat de pandemie met hen had gedaan.
Wat de cijfers laten zien
De onderzoekers keken niet alleen naar het moment zelf, maar ook naar de achtergrond van de deelnemers. Non-binaire respondenten bleken vaker in een minder gunstige sociaaleconomische woonsituatie te zitten dan hun binaire leeftijdgenoten. Belangrijker nog: zij rapporteerden ook een minder gunstige psychosociale ontwikkeling vóórdat de pandemie begon. Op het meetmoment zelf scoorden zij lager op algemeen functioneren (FUNCT) en gaven zij een negatiever oordeel over de invloed van corona op hun functioneren (COFUNCT) dan de binaire groep. Met andere woorden: het verschil was er niet pas sinds de pandemie, het was er al.
De verklaring die de onderzoekers kiezen
De auteurs plaatsen hun bevindingen in het kader van minderheidsstress: het idee dat non-binaire mensen structureel te maken hebben met onzichtbaarheid, het niet erkend worden in hun identiteit en soms ronduit vijandigheid, en dat een extra crisis als de pandemie die kwetsbaarheid alleen maar uitvergroot. Dat is een aannemelijke lezing, en de onderzoekers zijn er niet de eersten mee. Maar het is niet de enige lezing die bij deze cijfers past.
Een lezing die evenmin uitgesloten kan worden
Wat opvalt is dat de onderzoekers zelf rapporteren dat de non-binaire groep al vóór de pandemie een moeilijkere psychosociale ontwikkeling had. Dat betekent dat de causale pijl ook de andere kant op kan wijzen, of in ieder geval gedeeltelijk: niet dat non-binair-zijn iemand kwetsbaarder maakt voor stress, maar dat onderliggende psychosociale kwetsbaarheid — die er al was voordat iemand zich non-binair ging noemen — zowel het label als de latere kwetsbaarheid voor stress kan verklaren. Die mogelijkheid wordt in het onderzoek genoemd noch onderzocht, terwijl de eigen cijfers er wel ruimte voor laten. Voor een universitaire steekproef van beperkte omvang, gemeten op één moment met zelfrapportage, is dat een verschil dat het verdient om hardop benoemd te worden in plaats van stilzwijgend ingekaderd te worden als bewijs voor minderheidsstress alleen.
Waarom dit ertoe doet
Onderzoek als dit wordt vaak aangehaald als bewijs dat non-binaire jongeren extra bescherming en erkenning nodig hebben, juist omdat zij kwetsbaarder zouden zijn voor de gevolgen van maatschappelijke stress. Dat is een legitieme zorg. Maar wie de cijfers zelf leest, ziet dat de kwetsbaarheid al aanwezig was voordat de crisis begon, en dat roept een andere vraag op dan die het onderzoek beantwoordt: niet hoe non-binaire studenten beter beschermd kunnen worden tegen toekomstige crises, maar waarom een deel van hen al vóór zo'n crisis met psychosociale problemen kampte — en of het aannemen van een non-binaire identiteit daar een gevolg van is, een uiting van, of iets anders. Zolang dat onderscheid niet gemaakt wordt, blijft dit soort onderzoek een aanwijzing in plaats van een antwoord.

Mark Visser
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat onderzocht deze Finse studie precies?
Onderzoekers vergeleken bijna tweeduizend studenten en medewerkers van een Finse universiteit op hoe goed zij functioneerden tijdens de coronapandemie, en splitsten de resultaten uit naar mensen met een binaire (man/vrouw) en een non-binaire genderidentiteit.
Bewijst dit onderzoek dat de coronapandemie non-binaire mensen harder trof?
Het laat zien dat non-binaire respondenten op het meetmoment lager scoorden op functioneren, maar de onderzoekers rapporteren ook dat deze groep al vóór de pandemie een moeilijkere psychosociale ontwikkeling had — het verschil ontstond dus niet pas door corona.
Wat betekent 'psychosociale ontwikkeling' in dit onderzoek?
Daarmee wordt de voorgeschiedenis van een deelnemer bedoeld: hoe iemands sociale en emotionele ontwikkeling vóór de pandemie verliep. Non-binaire respondenten scoorden hier ongunstiger op dan binaire respondenten, wat een alternatieve verklaring voor de latere verschillen mogelijk maakt.